VOGELWERING

.

.
SpreeuwSpreeuwen zijn middelgrote vogels. De lengte van een spreeuw kan heel verschillend zijn, gemiddeld is hij ongeveer 20 cm lang. De spreeuw heeft ‘s zomers een andere vacht dan ‘s winters.‘s Winters zijn hun onderveren een beetje doffig bruin-zwart. Op zijn veren zitten dan witte stippen dicht tegen elkaar aan. ‘s Zomers heeft de spreeuw een hele andere verenkleed dan in de winter. Dan zijn de onderveren pikzwart met een groen- paars- purperachtige glans over de veren. Wat aan een spreeuw ook erg opvalt, is dat hij een hele korte zwarte staart heeft. De vleugels van een spreeuw zijn een beetje driehoekig en puntig. De snavel van een spreeuw is vrij lang en superscherp. Dat heeft hij ook nodig om zijn eten goed vast te kunnen pakken en te kunnen bijten. De snavel van een spreeuw kan ook heel verschillend zijn. ’s Zomers is de kleur van de snavel citroengeel. s’ Winters heeft de snavel een hele andere kleur namelijk, bruin of grijs-zwart. Overlast De spreeuwen zijn de kwajongens onder de vogels, een erg bewegelijke, brutale, agressieve vogel die andere vogels met geen enkel probleem van de voerplaats verjaagt. ‘s Winters verzamelen de spreeuwen zich vaak tot grotere zwermen, om samen een slaapplaats te zoeken. Spreeuwen worden vaak als plaag beschouwd. Ze vervuilen de gebouwen moet hun poep. Ze zijn niet de enigen die dit doen maar de spreeuwen zijn wel in de meerderheid. De mens heeft al verschillende pogingen gedaan om de spreeuwen weg te krijgen uit de stad, maar de spreeuw laat zich niet snel verjagen. Het gezang van de spreeuw kan heel gevarieerd zijn. Van gezongen melodieën tot gesproken woorden. Soms doen ze andere dieren, dingen, mensen na. Dat imiteren kunnen ze heel goed. . |
![]() |
MeeuwMeeuwen zijn zeevogels binnen de familie laridae uit de orde steltloperachtige (Charadriiformes) van ongeveer 120 soorten. Het zijn over het algemeen vrij grote vogels, meestal grijs of wit, vaak met zwarte tekeningen op kop en snavel. Ze hebben een typische schelle, krijsende roep. De snavel is stevig en vrij lang, de poten zijn voorzien van zwemvliezen. Soorten meeuwen variëren in formaat van de dwergmeeuw (120 g en 29 cm) tot de grote mantelmeeuw (1,75 kg en 76 cm). De meeste meeuwen zijn carnivoor en ze eten zowel aas als levende prooien. Meeuwen broeden in grote, drukke en lawaaierige kolonies. Ze leggen twee of drie gespikkelde eieren in een nest gemaakt van plantaardig materiaal. De jongen zijn nestvlieders; ze worden geboren bedekt met donker gevlekt dons en ze kunnen direct lopen. Meeuwen zijn vernuftige, nieuwsgierige en intelligente vogels, ze spreiden complexe communicatiemethodes ten toon en hebben ver ontwikkelde sociale structuren. Zo is in veel meeuwenkolonies defensief pestgedrag waar te nemen, waarmee potentiële vijanden op afstand worden gehouden. Veel soorten hebben zich op succesvolle wijze aangepast aan het menselijke milieu en zijn nu zeer algemeen in bewoonde gebieden. |
|
![]() |
|
KauwKenmerkend zijn de grijzige zijhals en achterhoofd en de lichtgroen-grijze oogring. Vrijwel volledig zwarte exemplaren komen overigens ook voor. Kauwen komen meestal in groepen of paren voor en foerageren vaak gezamenlijk in weilanden en wegbermen, ook wel binnen de bebouwde kom. De paarband blijft ook binnen een grotere groep waarneembaar. De roep is een tsjak-tsjak achtig geluid. Kauwen zijn intelligente vogels die wel als huisdier werden gehouden en die, vooral als ze als jong al met de mens in contact komen, erg tam kunnen worden. Het is tegenwoordig echter wettelijk niet meer toegestaan om kauwen te houden. Dit is overigens ook geen sinecure - kauwen zijn zeer energieke vogels en in een kooitje kwijnen ze weg; als ze ouder worden gaan ze vaak een soort paarbinding aan met hun verzorger en zien de rest van het gezin niet meer staan. Ze kunnen zelfs jaloers en agressief reageren op andere mensen. In Nederland nestelen ze meestal in groepen in bomen, elders ook wel op rotswanden en in schoorstenen. De 4-5 eieren worden 16-17 dagen bebroed en de jongen vliegen na ongeveer 30-35 dagen uit. |
|
![]() |
|
KraaiKraaien leven meer solitair dan roeken en kauwen. Het zijn intelligente vogels die zich makkelijk aanpassen aan verschillende diëten; ze zijn van alle markten thuis maar wel vrij schuw en duidelijk moeilijker te benaderen dan kauwen. In kleine tuinen zul je ze niet vaak zien. Ze eten o.a. wormen, insecten, fruit, zaden, keukenafval, eieren en jonge vogels. Ze foerageren meestal in paren, meer zelden in wat grotere groepen, vooral op weide- en akkerbouwland, niet in dichtbegroeid landschap. Kraaien hebben een slechte reputatie als jagers van kleine vogeltjes en nestenuithalers en werden om die reden in het verleden vaak genadeloos vervolgd. Je kunt ze echter ook zien als een natuurlijke predator van vogelpopulaties. Je ziet ze ook geregeld pikken aan doodgereden dieren langs de rand van de snelweg. Een volwassen kraai is ongeveer 48 cm lang en weegt ongeveer 550 gram. Kraaien zijn groter dan kauwen en in tegenstelling tot de laatste helemaal zwart, vaak met een wat groenige glans over de veren. Van de ongeveer even grote roeken zijn ze te onderscheiden doordat de laatste een kaal stuk huid aan de basis van de snavel hebben, waardoor de snavel langer lijkt. Een roeksnavel is ook lichter van kleur dan de gitzwarte kraaiensnavel. Verder heeft een roek ook veren op zijn dijen ('broek') en een zwarte kraai niet. Ook kan het voorkomen dat een kraai niet geheel zwart is. Het kan gebeuren dat de Zwarte Kraai witte veren krijgt. De kauw, kraai en roek zijn een groeiend probleem. Omdat deze vogels cultuurvolgers zijn, passen ze zich makkelijk aan onze levensstijl aan. Door de almaar groeiende populaties gaan de kraaiachtigen naast de (kerk)torens en kleinschalige natuurelementen ook andere leefgebieden dichtbij de mens opzoeken. |
|
![]() |
|
DuifDuiven (Columbidae) vormen een familie van meestal middelgrote, compact gebouwde vogels met volle, ronde borst en kleine kop. Ze hebben een snelle, meestal rechtlijnige vlucht. Ze kunnen in tegenstelling tot andere vogels water met de snavel opzuigen. De jongen worden met duivenmelk uit de krop (=holte in de keel) gevoerd. Het mannetje heet de 'doffer' en het vrouwtje de 'tortel'. Duiven worden al lang gehouden door de mens; als pluimvee, om ze (in duiventillen) vet te mesten en op te eten, als sierduif en vooral ook als postduif vanwege hun fenomenale oriëntatievermogen. In België en Nederland komt een aantal duivensoorten voor, waarvan sommige zich sterk aan de mens hebben aangepast. De rotsduif bijvoorbeeld is een voorouder van de tamme stadsduif die overal in de grote steden aangetroffen kan worden, volgens sommigen zelfs in te groten getale. Voor veel mensen is de stadsduif de duif, maar een duif als de Turkse tortel of de houtduif komt ook zeer veel voor in Europa. Eveneens kenmerkend bij duiven zijn de kirrende en koerende geluiden. Zowel het koeren als de bijbehorende bewegingen zijn typisch voor elke duivensoort en staan onderlinge kruisingen in de weg. Een ander kenmerk van duiven is dat ze niet hippen, maar lopen. |
|
![]() |
|
MusDe huismus is één van de meest voorkomende vogels van Nederland. Het geluid is een typisch tsjilpen, waardoor de aanwezigheid van een groep huismussen snel duidelijk wordt. Het mannetje is duidelijk van het vrouwtje te onderscheiden door het donkerbruine verenkleed en de grijze kruin. De grijze kruin onderscheidt het mannetje ook van de ringmus, die bovendien een zwarte vlek op de wangen en een witte halsband heeft. Huismussen hebben zich aan de mens aangepast en broeden vrijwel overal waar mensen wonen. De vogels broeden in kleine groepen en bouwen onder andere nesten in gaten van muren, onder dakpannen en in nestkasten. Doordat moderne huizen vaak geen nestgelegenheid meer bieden, is de populatie huismussen in Nederland de laatste decennia meer dan gehalveerd. Dit is de belangrijkste reden dat de vogel in 2004 op de rode lijst is geplaatst.RingmusDe ringmus wordt vaak verward met het mannetje van de huismus. In tegenstelling tot de huismus heeft de ringmus echter een roodbruine in plaats van grijze kruin. Ook heeft de ringmus een witte halsring en zwarte vlekken op de verder witte wangen. Verder is de ringmus ook goed aan het geluid te herkennen. In tegenstelling tot de huismus hebben het mannetje en het vrouwtje van de ringmus hetzelfde verenkleed. De ringmus is nog steeds een veel voorkomende broedvogel in Nederland, maar toch is het aantal broedparen de laatste decennia sterk afgenomen. In de zomer leeft de ringmus voornamelijk in boomrijk cultuurlandschap, maar in het najaar verzamelen de vogels zich in groepjes en worden ze vaker gezien in dorpen en steden. Hoewel de meeste vogels het gehele jaar in hetzelfde gebied blijven, trekken ringmussen uit Noord-Europa over een kleine afstand naar het zuiden. |
|
![]() |
|